Gevelverankering Natuursteen

Historisch Metselwerk Onderzoek

Tijdens een historisch metselwerk onderzoek aan de Koepoort in Enkhuizen hebben we een onzichtbaar smeed-ijzer ankerpatroon in kaart gebracht met behulp van metaaldetectie. De Koepoort is een belangrijke entree tot de stad en is een overgebleven versterking en onderdeel van eeuwenoude verdedigingswerken rondom Enkhuizen. 

De buitengevel van de Koepoort is opgetrokken met metselwerk en blokken natuursteen. De natuurstenen façade is imposant en kenmerkend qua bouw en uiterlijk. De verschillende soorten natuursteen (zandsteen) waaronder Bentheimer en Obernkirchener zijn afwisselend door elkaar heen toegepast. Tijdens deelvervanging (21e Eeuw) zijn nochtans onbekende soorten natuursteen toegepast maar dit valt nauwelijks op door de donkere en natuurlijk gevormde beschermlagen van het originele zandsteen.

Het doel van ons onderzoek was het verzamelen van informatie over de positie van blind-gevelankers waarmee de natuursteen blokken onderling en met achterliggend metselwerk zijn verbonden en om de oorzaak te kunnen achterhalen van het schadebeeld dat is ontstaan aan het natuursteen.

Uit ons onderzoek kwam naar voren dat de voorzijde van de Koepoort met meer detail ook meer versterkt uitgevoerd is dan de achterzijde wat ook logisch was destijds, aan de voorzijde is geen schadebeeld ontstaan door blind-gevelankers. Door de dikke muren (fortificatie) aan de voorzijde was extra verankering waarschijnlijk niet nodig. Aan de achterzijde echter is veel smeedijzer toegepast om de natuursteenblokken met het metselwerk te verbinden, de uitvoering van metselwerk met natuursteenblokken was achter minder fors dan aan de voorzijde.

Koepoort Enkhuizen 2020-8

We hadden na het scannen van de gevel aan de achterzijde een patroon in kaart kunnen brengen waaruit duidelijk op te maken is waar de blind-gevelankers structureel zijn toegepast, waarop we met behoud van het natuursteen en zonder nieuwe schade aan te richten een smeedijzeren anker hebben kunnen onderzoeken vanaf de buitenzijde. De originele smeedijzeren ankerstaaf was van oorsprong circa 24mm dik maar door vochtindringing in de constructie is deze gaan roesten en uitzetten tot wel 60mm dik en is het schadebeeld ontstaan zoals we die nu zien bij de natuurstenen gevelafwerking aan de achterzijde. 

Met het door Thor Logical uitgevoerde onderzoek kan men zich nu richten op te nemen maatregelen. Met onze adviezen kan men nu rekening gaan houden met mogelijkheden en zelfs onmogelijkheden, voor het schrijven van een herstelplan. Zo geven wij in deze situatie het advies om géén restauratiemortel toe te passen tussen de horizontale delen van het zandsteen. Ook raden wij het niet aan om de natuurlijk gevormde donkere beschermlaag van het zandsteen te verwijderen tenzij alleen met een harde borstel (kokosharen of pvc-haren) te ontdoen van vervuiling. 

Voegwerk onderzoek en herstel advies

Historisch Metselwerk 4

Om sterk metselwerk te kunnen maken worden bakstenen met een bepaald formaat verwerkt in een metselverband (soort vlechtwerk) en opgetrokken met behulp van een soepele verwerkbare specie.

Specie is een mortel die makkelijk verwerkbaar is en hydraulische eigenschappen heeft om te kunnen verharden. Na het verwerken van bakstenen en optrekken van schoon metselwerk wordt overtollige mortel verwijderd, dit noemt men uitkrabben, waarbij met behulp van een oude voegspijker de randen van de baksteen schoon worden gemaakt, waardoor de naderhand aan te brengen voegmortel beter kan hechten en schoon (zicht)werk kan worden verkregen.

Bij traditioneel schoon metselwerk wordt voegmortel een paar dagen na het optrekken van metselwerk aangebracht waarbij de omstandigheden het liefst optimaal zijn voor verwerken van voegmortel en het voegen zelf. Bij vorst of hoge temperaturen mag geen voegwerk worden aangebracht. Tijdens regen kan smetwerk ontstaan op de bakstenen, daarom kun je beter voegen met schaduw of weinig zonnestraling tijdens droge omstandigheden en met weinig wind.

Een vakman (voeger) heeft het juiste gereedschap en kennis van zaken. Zo heeft de voeger een bepaalde slag ontwikkeld waarbij hij/zij het voegwerk met regelmatige druk aanbrengt met behulp van een voegspijker (voegenstrijker) en waardoor een nette afwerking ontstaat.

De voegmortel bestaat uit kalk of cement met bindmiddel en de juiste hoeveelheid water, na het fijnmazig zeven van het zand wordt kalk of cement toegevoegd in afgemeten delen net als het zand, na het mengen van deze droge stoffen wordt schoon leidingwater toegevoegd en verwerkt tot voegmortel dat eerst een tijdje moet blijven staan rusten. In de tussentijd wordt de gevel en bakstenen bevochtigd waarna op het juiste moment het voegwerk kan aanvangen.

Het leveren van kwaliteit voegwerk hangt dus af van meerdere factoren en omstandigheden. In realiteit komen we verschillende kwaliteiten en soorten voegwerk tegen tijdens gevelinspecties en metselwerk onderzoek bij bestaande gebouwen en ook bij historisch metselwerk.

Bij goede en minder goede kwaliteit voegwerk horen ook termen als verbranden, verdrogen, vorstschade, uitgelopen voegwerk, vergipsen  toplaag, lintvoegen, stootvoegen, vol en zat, doorstrijken, borstelvoeg, grove voeg (gaas vegen), witte uitslag, poreus voegwerk als waterdicht voegwerk en zo zijn er nog wel een dozijn termen of vakjargon benamingen voor voegwerk te vinden.

Voor het maken van een goed voegherstel advies met aanbevelingen kijken we niet alleen naar het voegwerk van de gevel maar ook naar de locatie van het gebouw, de historie en de omgevingsfactoren. 

Van het totaalbeeld en gevalideerde onderzoeksresultaten maken we rapport.