Trekproeven Spouwankers

Trekproeven

Alvorens men (uit noodzaak of bij normaal gevelonderhoud) plannen heeft om nieuwe (renovatie)spouwankers te laten plaatsen in gevelmetselwerk, wordt geadviseerd om eerst een aantal gevalideerde trekproef testen te laten uitvoeren om specifieke informatie te verkrijgen van alle gevels (spouwmuurconstructie) van het gebouw.

Men dient zich af te vragen:

  • Wat is de spouwbreedte en welke spouwanker lengte heb ik nodig?
  • Waar bestaat het binnenblad uit en hoe sterk is deze?
  • Hoe sterk is het buitenblad (gevel)?
  • Hoeveel spouwankers moet ik plaatsen per vierkante meter?
  • Is de hechting van baksteen en mortel voldoende en is dit van belang?
  • Zit er (na)isolatie in de spouw en wat is de conditie en kwaliteit?
  • Is een Eurocode 6 berekening wel/niet verplicht of is meer onderzoek nodig in bepaalde situaties?
Door te testen met een trekmeter apparaat kunnen bovenstaande vragen snel beantwoordt worden.

Met een rapport kan men aantonen dat een gebouw weer veilig voor langere tijd mee zal gaan.

Historisch Metselwerk #2

Historisch Metselwerk Onderzoek

Met historisch metselwerk onderzoek richten we ons op structuren en bouwwerken van massief constructief metselwerk die meestal tussen 1600 en 1930 werden gebouwd. Een belangrijk onderdeel van dit massieve metselwerk zijn ook vaak toegepaste bouwmaterialen zoals ijzer, staal, natuursteen, beton, keramiek en hout. 

Traditioneel metselwerk bestaat uit bakstenen met daartussen mortel waarmee sterke constructies gebouwd worden. Ruim 800 jaar geleden begon men in de ‘lage landen’ met het structureel toepassen van metselwerk voor woonhuizen, kades en bruggen, boerderijen en schuren en later zelfs publieke gebouwen.  

Kennis hebben van historisch metselwerk is bepaalde wetenschap hebben van destijds toegepaste bouwstoffen, bouwmaterialen, bouwmethoden, constructies en maatvoering. Daarnaast is enige kennis nodig van regionale verschillen en lokale bouwmethoden in relatie tot voorradige bouw- stoffen, materialen en maatvoeringen. 

Historisch metselwerk en voegwerk in goede conditie mag gezien worden.

Solide oude gebouwen staan weer in de belangstelling en krijgen weer de aandacht nu het moment is aangebroken voor verduurzamen en energetisch verbeteren, hiermee stijgt niet alleen de waarde maar ook de waardering van omwonenden en gebruikers van dit bijzondere vastgoed. Ook zien we steeds meer industrieel historisch metselwerk en erfgoed opgaan in nieuwbouw zoals woningen, kantoren en horeca voorzieningen, een unieke combinatie van historisch metselwerk en moderne  bouwmaterialen.

 

 

Historisch Metselwerk #1

Historisch Metselwerk

Oude infrastructuren van bouwwerken en kunstwerken die destijds opgetrokken zijn in metselwerk van baksteen, hebben naast klimaatveranderingen door de eeuwen heen, met name tijdens afgelopen decennia, veel moeten doorstaan. Daarnaast zijn er sporen en periodes van verval en/of is achterstallig onderhoud ontstaan.

Daarnaast heeft de impact van vele bouwkundige veranderingen aan percelen de jaren erna gezorgd voor verzwakking en esthetische schade, soms ten koste van de stabiliteit van het bouwwerk zelf en belendende percelen en daarbij de ondergrond met fundering met verzakking of scheefstand tot gevolg.

Scheurvorming in gevelmetselwerk en bouwmuren kan tegenwoordig netjes hersteld worden door een gevelspecialist. Dit geldt niet alleen voor gebouwen maar ook voor scheurherstel aan kademuren en bruggen die tegenwoordig vaker te maken hebben met zwaar en regelmatig verkeer.

Gevelmetselwerk van historische gebouwen tot bouwjaren (circa) 1930 is meestal massief 22cm dik en soms wel dikker zoals bij grote landhuizen en bijvoorbeeld kerkgebouwen. Ook kademuren bestaan uit behoorlijk dik metselwerk om de weerstand van water en het wegdek te kunnen weerstaan.

Zodra scheurvorming in metselwerk ontstaat is het tijd om te handelen en niet langer te wachten!

Onze metselwerk specialisten onderzoeken, analyseren, beoordelen, valideren en adviseren als het gaat om alle voorkomende metselwerk constructies en situaties, zowel nieuwbouw, bestaande bouw en historisch metselwerk.

Koudebrug situaties

koudebrug situaties

Woonblokken die gebouwd zijn tussen 1900 en 1988 hebben veelal draagconstructies die doorlopen tot aan de oppervlakte van de gebouwschil. Dit geldt voor gevels van metselwerk en dus ook voor spouwmuurconstructies die sinds de jaren 30 van vorige Eeuw worden toegepast. Zo zijn bijvoorbeeld gevelbanden en lateien van beton die monolithisch verbonden zijn met achterliggende vloerconstructie en casco bedoeld om het bovenliggende metselwerk op te vangen. 

In de jaren 80 van vorige Eeuw begon men te experimenteren met het thermisch onderbreken van prefab betonconstructies die opgenomen worden in betonnen casco en vloeren. 

Een koudebrug is volgens bouwfysica een verbinding tussen de binnen en buiten -constructie van de gebouwschil die niet geïsoleerd en dus niet thermisch onderbroken is. Een koudebrug situatie veroorzaakt warmteverlies en kan zelfs voor vochtproblemen en vervolgschade zorgen aan de buitenkant, maar ook aan de binnenkant tot in het gebouw kunnen problemen ontstaan door condens met als gevolg schimmel op de muren en plafonds bij onvoldoende ventilatie.

Op bovenstaande afbeelding zie je o.a. uitkragende balkonplaten, gevelbanden en betonlateien die rechtstreeks verbonden zijn met achterliggende constructie en dus koudebrug situaties zijn. Een warmtescan en berekeningen bieden meer informatie over deze details waarmee eventuele beslissingen over welke maatregelen er genomen kunnen worden om later (na uitvoering renovatie en plan van aanpak bij verduurzamen) aan de eisen te kunnen voldoen.